Taal is zeg maar echt mijn ding, schreef Paulien Cornelisse, het was ook al snel mijn ding.
Mijn vroegste herinnering gaat terug op een woord. Op de kleuterschool hoorde ik twee juffen praten over een kwekeling. Geen idee, allang in onbruik, maar altijd onthouden. Op de lagere school het woord doperwt. Nieuw woord voor mij, wij noemden dat thuis knikkers. Ja, ik had mijn fetisj te pakken. Ik was behept met grote woordlust.
Van veel woorden weet ik nog exact het waar en wie. ‘Wuft’, schoolplein, eerste vriendje. ‘Meesterlijk’, na de film, ander vriendje. Bij de filosofen waar ik werkte, allemaal even taalvirtuoos – hun vak tenslotte, kon ik de woordlust niet op. Ik notuleerde meer taalvondsten dan beslispunten en woorden als balsturig en emplooi.
Als het op woorden aankomt ben ik hypersensitief. De liefde kan met een enkel woord over zijn. Of beginnen, zoals hier:
Na een paar zomerliefdes zaten we na 10 jaar weer tegenover elkaar. De liefdeslevens werden doorgenomen. Ik was met iemand die een aardig potje schrijven kon, maar dat haalde het niet bij ons indertijd. Ik was alle mails van toen kwijtgeraakt, het moesten er honderden zijn geweest. Een enkele klassieker kende ik nog uit het hoofd, maar één woord stak alles naar de kroon. Hij was ‘starnakelverliefd’ geweest. Een paar dagen later ontving ik een mail met als subject ‘Sans paroles, nou goed, 1 woord, dan hou ik m’n kop’, punt. In het bericht zelf enkel het woord ‘STARNAKEL’. Ik was verkocht.
En het Grote Mailen begon weer. Nachtenlang, meters lang. Brieven, whatsappjes, boodschappenlijstjes, sinterklaasgedichten, het werd schrijven op leven en dood. Ieder woord moest goed.
Ik heb eens bij de Bruna – het nieuwe postkantoor, op de kop in de brievenbus gestaan om een kaart terug te zoeken omdat er een woord verkeerd stond. Na verbetering ging het op diezelfde bus terug. Sindsdien heet dat een Brunamomentje en werd het bevorderd tot famillietaal, het hoogste podium voor een woord. Familietaal is een verbond, het jargon van de liefde.
En toch. Na al die grote woorden, wat was uiteindelijk ons ultieme woord, het woord van ons leven… Niet Starnakel, dat werd de titel van ons boek – met een oplage van 2 meteen uitverkocht. Nee, het werd een allerliefst klein woordje, een verzuchting, als woorden tekort schieten – en wanneer is dat niet als je overloopt. Lief en ik hebben er honderden uitgestrooid over de duizenden mails.
Want wat al die liefdestaal ook vermag, het eindigt immer in zacht ACH ACH.
