Manhattan

Na 20 jaar, vijf namen en eigenaren valt het grote doek van de enige bioscoop van Hengelo. Niet langer winstgevend – naar eigen zeggen door corona. Het was vechten tegen de bierkaai en projectontwikkelaars.

Zoals alles wat verdwijnt doet dat omkijken naar wat was. Met de betonnen bunker naast de V&D had ik niks, ik had allang de wijk naar het filmhuis genomen. Nee, mijn carrière als filmjunk begon aan de Enschedesestraat, in cinema Bellevue.

Ik zag daar mijn eerste film. Voor mijn twaalfde verjaardag mocht ik met beste vriendin en onze twee vriendjes naar de film – alleen, zonder ouders! Naar de dikke en de dunne, zoals we Laurel & Hardy noemden. Met ijs toe bij de Wimpy.

Ik zag daar mijn eerste grotemensenfilm, 16+ toen nog en spannend voor ons als zestienminners. Hooggehakt en zwaar opgemaakt mochten we toch door naar Soldaat van Oranje.

Ik zag daar mijn eerste goeie film. Tot dan zag ik knokfilms en veel James Bond. De nieuwste Bond die ik met mijn verkering ging zien, draaide niet. Dan maar naar ‘Manhattan’ van de mij onbekende Woody Allen. Ik was meteen verkocht, zo kon het dus ook. Daarmee begon een levenslange filmliefde en blinde trouw aan Woody Allen, hoe matig zijn films tegenwoordig ook zijn.

En op de valreep zag mijn dochter met haar 3 jaar – ik kon niet wachten, daar ook haar eersteling ‘Teigetje’. Nu, bijna 30, herinnert ze zich de trap van Bellevue nog en de magie van het licht uit, doek aan.

De bios in Hengelo is dood, leve het filmhuis. Geen popcorn, geen pauze, wel verdieping en een goeie klassieker op z’n tijd. ‘Manhattan’ bijvoorbeeld.

Uit: Hengelo Magazine, zomer 2026