Done!

Met een man die een nogal bekend boekje over wielrennen schreef, kon het niet lang uitblijven: ik werd op een fiets, zijn fiets, gezet en was meteen verkocht.

Ritjes werden ritten, steeds verder en sneller, ik ging de Tour kijken én begrijpen, de fall of shame – omvallen bij het stilstaan – en de hongerklop kwamen voorbij. De hele rite de passage, alleen het gebroken sleutelbeen bleef uit, voorlopig.

De ambities werden al snel hoger. Ook letterlijk, alle klimmetjes die Twente rijk is – Tankenberg, Holterberg, waren gedaan. Dus op naar zijn geliefde Cevennen voor het echte werk. Fietsjes mee, we zouden wel zien.

Onderweg legden we aan bij een bevriende renner, die een hotel bestierde aan de voet van de Alpe d’Huez, tegenwoordig beter bekend als Alpe d’Huzes. Een beetje renner deed ‘m, onze hotelier wekelijks bij wijze van training. En hij zag ze dagelijks gaan, hele families met kinderen achterop. Een vriend beklom de Huzes ongetraind drie keer voor het goede doel, want hij was er toch. Dus waar bleef ik.

Je doet het om gedaan te hebben en daar ging ik. 1120 hoogtemeters, 14 kilometer en 21 genummerde haarspeldbochten te gaan tot de verlossing.
Ik kroop omhoog, tierend de nummers aftellend, ging dood, stapte huilend weer op, lachte in bocht 15 naar de fotograaf en kwam boven, ‘als een doekje over het stuur’, zoals de renner schreef. Daar wachtte naast de souvenirshop eeuwige glorie. I did it, stond op het podium. Done!, schreef ik op Strava. En op de wc hangen twee vrolijk lachende wielrenners.

Uit: Hengelo Magazine. winter 2025