PIEREWAAIER

De Lambertus staat weer vrij. Niet langer omzoomd door winkels maar door fris groen, kun je weer een rondje om de kerk maken. Om het af te maken kwam er achter de kerk een nieuw kunstwerk. We mochten stemmen en Hengelo verkoos een – ja wat is het, een groot rood ding. Een droedel in 3D, gekrabbel in de ruimte. Ik liep eromheen en onderdoor, je wilt er toch iets in zien, iets meer dan willekeur, maar hoe je het ook bekijkt – een dansende koffiekan? een dolle olifant? – meer dan een ding wil het niet worden. Non-descript, op zijn best decoratief, maar niks markants aan.

Dat is jammer, er is al zo weinig Hengeloos in Hengelo. Beren op de markt heeft nooit iemand begrepen, het bankje van Menthol en Roosje is al Hengeloser, maar iets wat Hengelo typeert, kom daar eens om.

Een beetje Hengeloër kent echter één karakteristiek: de Hengeler weend. Ludiek verbeeld door onze huiskunstenaar Pier van Dijk. Torenhoog prijkt het vinnige vaantje van Pier op de markt en trekt een lange neus naar waar de weend waait. Hengeler weend – het zij nog maar eens uitgelegd, staat voor opschepperij, de poeha van de Hengelose metaalarbeiders die zich hoger waanden dan de ongeschoolde Enschedese textielarbeiders.

Zo werd het koddige windvaantje iconisch voor onze stad. En prijkt het op iedere pagina van dit magazine. Het heeft en geeft karakter aan een toch al niet zo karaktervolle stad.

Laat het ding het ding maar zijn, de pierewaaier lacht erom.

Uit: Hengelo Magazine, najaar 2025